1 wijze raad voor twijfelaars

Er was eens een kameleon met een probleem.

Hij veranderde voortdurend van gedachten.

Als de dag begon kon hij niet kiezen of hij zijn bed uit zou gaan of niet. Als hij was opgestaan, twijfelde hij over wat hij voor ontbijt zou nemen. Dan moest hij ook nog kiezen waar en hoe hij zijn ontbijt zou opeten. Er waren zoveel beslissingen die hij moest nemen dat hij bang werd voor de dag die voor hem lag.

En met elke veranderende emotie veranderde hij ook van kleur.
Als hij boos werd, werd hij dieprood. Als hij een cool idee had, werd hij ijsblauw. Als hij opgewonden was, werd hij geel als de zon. Dit zou allemaal geen probleem zijn, als het niet betekende dat de kameleon vaak nergens toe kwam. En dat was nog niet eens zo erg, maar hij werd er echt wanhopig van en verkleurde dan naar een wanhopig donkerblauw.

Hij dacht erover hulp te vragen, maar net als hij die stap leek te kunnen zetten, kreeg hij weer het idee dat het eigenlijk helemaal niet zo slecht ging en dat hij geen hulp nodig had. En bovendien moest hij ook nog beslissen naar wie hij toe zou gaan, áls hij zou gaan. Als hij aan één vriend dacht om mee te praten, dacht hij meteen ook aan iemand anders.

Uiteindelijk besloot hij toch de deur uit te gaan.
Eenmaal buiten wist hij niet goed of hij nu links- of rechtsaf moest gaan. Toen hij naar links ging, vond hij dat hij eigenlijk naar rechts had moeten gaan. Elke stap die hij zette was vol twijfel. Daarom liep hij in rondjes en kwam niet veel verder.

Een giraf die voorbijkwam vroeg wat hij aan het doen was.

De giraf zei: ‘Je moet hetzelfde doen als ik. Rechtop staan en goed om je heen kijken, dan zie je vanzelf waar je naartoe moet. Let niet op alle kleine dingen om je heen, want dat leidt alleen maar af, maar kijk eroverheen.’ De kameleon probeerde te doen wat de giraf zei en zette een paar stapjes. Al gauw begon hij weer te twijfelen. Hij wist niet of hij moest doorgaan of maar beter weer naar huis kon lopen. Hij liep een paar passen vooruit en achteruit, en hoorde toen iemand giechelen.

Het was een hyena, die zei: ‘Je ziet er wel gek uit zo. Je moet gewoon doen wat je wilt doen.’
De kameleon voelde zich uitgelachen en vernederd. Hij werd zo kwaad dat hij donkerrood werd en een paar passen zette. Toen begon hij weer te twijfelen welke kant hij op zou gaan.

Hij ontmoette een gorilla die bijna bovenop hem stapte.

Dat gebeurde omdat hij net zo groen was geworden als de bladeren op de grond. ‘Sorry,’ zei de gorilla, ‘Ik zag je niet.’ ‘Dat is oké,’ zei de kameleon, ‘Bijna niemand ziet mij, dat ben ik gewend.’ De gorilla luisterde vriendelijk naar het verhaal van de kameleon. ‘Ik snap wat je bedoelt,’ zei ze toen. ‘Ik kan je niet vertellen wat je moet doen. Je moet je eigen weg vinden. Het antwoord zit vanbinnen.’

De kameleon begon te gloeien. Hij voelde dat de gorilla hem begreep en om hem gaf. Hij liep een paar passen vooruit. Toen begon hij toch weer te twijfelen. De gorilla had alleen maar begrip getoond en verder niets. ‘Daar heb ik ook niets aan. Ik weet nu nog steeds niet welke kant ik op moet gaan,’ dacht hij. En hij stopte met bewegen.

Het volgende dier dat kwam aanlopen was een jachtluipaard.

Ook deze luisterde naar zijn verhaal. ‘Het is gemakkelijk,’ zei hij. ‘Eerst moet je gewoon zitten en afwachten. Kies waarop je wilt letten. En ga er dan voor, met alles wat in je zit. Zo bereik je je doel.’ Daarna verdween hij in de struiken. ‘Noem je dat helpen! Ik ben geen jachtluipaard en zal het ook nooit worden,’ dacht de kameleon, toen hij weer een stukje gelopen had.

Boven hem bleek een uil te zitten.

Ook deze luisterde naar zijn verhaal en ging een tijdje zitten nadenken.

Daarna zei hij met zijn wijze stem: ‘Je hebt er goed aan gedaan te luisteren naar de andere dieren. Ze hebben je allemaal een stukje op weg geholpen. Je hebt gelijk als je zegt dat wat voor de één werkt niet altijd voor de ander werkt. Het is goed om met hun adviezen te experimenteren om te zien hoe ze je zouden kunnen helpen. Maar er is één ding waar je overheen hebt gekeken en dat is dat je ze niet na hoeft te doen.

Jij hebt namelijk iets wat de anderen niet hebben!

Daar keek de kameleon van op.

De uil ging verder: ‘Alle dieren hebben de kleur die ze zijn, maar alleen jij bent speciaal. Jij bent de enige van alle dieren die van kleur kan veranderen.

Ken je sterke kanten en wees er trots op.

De kameleon had zich zoveel zorgen gemaakt dat hij vergeten was naar zijn unieke kanten te kijken.

Hij voelde zich opgewonden en gelukkig over de waardering van de uil, en begreep hoe hij zichzelf kon waarderen. Het gaf hem zelfvertrouwen.

De hele weg naar huis veranderde hij van plezier steeds van kleur en vergat helemaal te twijfelen over wat hij moest doen.
Hij had zelfs al bedacht wat hij die avond zou gaan eten voordat hij thuiskwam. Hij at zijn maaltijd op en viel tevreden in slaap.
Hij kon natuurlijk niet zien welke kleur hij had terwijl hij sliep, maar het was vast een mooie.

 

 

Hij droomde over een kameleon die wist wat hij wilde.

 

Bron: Bannink, F.P. (2016) Positieve Psychologie. De toepassingen. F.P. Bannink & Boom uitgevers Amsterdam,. Pag 42 -44.

 

 
Wil jij graag weten wat je wilt?
Die weg vinden  uit al je twijfels?
Je hebt misschien al van alles geprobeerd en weet niet goed wat je nog meer kunt doen.

Maak dan een afspraak voor een gratis sparringsessie.
Je kunt je verhaal kwijt en ik kijk samen met jou wat voor jou een goede stap is.

 

Brigitte

You may also like

Leave a comment